Stekken is een van de leukste onderdelen van het houden van kamerplanten. Je maakt gratis nieuwe planten van één moederplant — en je kunt stekjes weggeven of ruilen met andere plantenliefhebbers.
Wanneer stekken?
Het beste moment is het vroege voorjaar (maart-april) als de plant net begint te groeien. De stekjes hebben dan voldoende energie en groeikracht om wortels te vormen.
Methode 1: Waterstekken
De populairste methode — je kunt de wortelgroei letterlijk zien gebeuren.
1. Knip een gezond stekje van 10-15 cm net onder een knoop (node)
2. Verwijder de onderste bladeren zodat alleen de stengel in water staat
3. Zet in een heldere vaas met lauw water
4. Zet op een lichte plek, maar niet in direct zonlicht
5. Ververs het water elke 5-7 dagen
6. Zodra de wortels 3-5 cm lang zijn, plant je het stekje in potgrond
Geschikt voor: Monstera, Pothos, Philodendron, Tradescantia, Begonia
Methode 2: Grondstekken
Direct in grond steken is sneller voor bepaalde soorten.
1. Knip een stekje met 2-3 bladen
2. Doop de snijwond in wortelstimulator (optioneel, maar helpt)
3. Plant in luchtige stekgrond of vermiculiet
4. Houd de grond licht vochtig (niet nat)
5. Zet een plastic zakje er losjes over als mini-kasje
6. Na 3-6 weken zijn wortels gevormd
Geschikt voor: Ficus, Dracaena, Sansevieria (snijblad), Begonia, Impatiens
Methode 3: Stekken via dochterplanten
Sommige planten produceren vanzelf 'kindjes'.
- Pilea peperomioides: Kleine uitlopers naast de moederplant
- Chlorophytum (Graslelie): Uitlopers aan lange stelen
- Sansevieria: Uitlopers vanuit de wortels
Wacht tot het kindje minstens 5-8 cm groot is, knip los en plant in verse grond.
Veelgemaakte fouten bij stekken
- Stekje te kort (te weinig energie voor wortelvorming)
- Geen knopen in het stekje (wortels groeien vanuit knopen)
- Grond te nat houden (wortels hebben ook zuurstof nodig)
- Te snel opgeven (sommige planten hebben 6-8 weken nodig)