De Kalanchoë, officieel bekend als Kalanchoe blossfeldiana, is een compacte vetplant die bekendstaat om zijn vrolijke bloemen en gemakkelijke verzorging. Hij behoort tot de familie van de Crassulaceae, net als veel andere succulenten. Met zijn stevige bladeren en langzame groei is het een dankbare plant voor iedereen die wat kleur in huis wil halen, zonder daar al te veel omkijken naar te hebben.
Licht en standplaats
De Kalanchoë houdt van een lichte plek, maar vermijd direct zonlicht. Een plek op 0,5 tot 1 meter afstand van een raam is ideaal; op 1 tot 2 meter van een raam kan ook, zolang het maar helder indirect licht is. Te veel direct zonlicht kan de bladeren beschadigen. Zorg dus voor een plek waar de plant wel veel licht vangt, maar niet de hele dag in de felle zon staat.
Water geven
Dit is een vetplant, wat betekent dat hij weinig water nodig heeft. Je hoeft de Kalanchoë maar eens per 2 tot 4 weken water te geven. Het allerbelangrijkste is dat de grond volledig opdroogt tussen de waterbeurten door. Controleer dus altijd even met je vinger of de grond droog is voordat je opnieuw water geeft. Beter te weinig dan te veel water bij deze plant!
Luchtvochtigheid
De Kalanchoë is een nuchtere plant als het op luchtvochtigheid aankomt. Hij gedijt prima bij een lage luchtvochtigheid, wat hem ideaal maakt voor de gemiddelde huiskamer. Je hoeft dus geen extra maatregelen te nemen om de luchtvochtigheid rondom deze plant te verhogen.
Grond en voeding
Gebruik voor de Kalanchoë cactusgrond of een andere goed drainerende potgrond. Dit voorkomt dat water te lang blijft staan en de wortels gaan rotten. Tijdens de bloeiperiode geef je de plant eens per twee weken wat bloeiplantenvoeding. Buiten de bloeiperiode is voeding niet of nauwelijks nodig.
Verpotten
De Kalanchoë groeit langzaam en blijft compact. Hij kan binnenshuis een maximale hoogte van ongeveer 80 cm bereiken en een breedte van 60 cm. Omdat de groei langzaam is, hoef je hem niet vaak te verpotten. Doe dit alleen als de wortels echt uit de pot groeien en de plant duidelijk te groot is geworden voor zijn huidige behuizing.
Vermeerderen
Kalanchoës zijn relatief makkelijk te vermeerderen. De meest gebruikelijke methode is door middel van stengelstekken. Knip hiervoor een gezonde stengel af en laat de snijwond een paar dagen drogen, zodat er een callus ontstaat. Plant de stek daarna in goed drainerende potgrond of cactusgrond. Met wat geduld en de juiste verzorging zal de stek wortels ontwikkelen en uitgroeien tot een nieuwe plant.
Huisdierveiligheid
Let op: de Kalanchoë is giftig voor huisdieren. Zorg er dus voor dat je huisdieren er niet aan knabbelen. Plaats de plant op een veilige plek waar katten en honden er niet bij kunnen.
Veelgemaakte fouten
De Kalanchoë is een gemakkelijke plant, maar er zijn een paar veelvoorkomende problemen die je kunt voorkomen:
- Te veel water geven: Dit is de meest voorkomende fout en leidt vaak tot wortelrot. De bladeren kunnen dan geel worden en de plant kan zelfs volledig afsterven. Zorg ervoor dat de grond volledig droog is voordat je opnieuw water geeft, en geef liever iets te weinig dan te veel.
- Te weinig licht: Hoewel de Kalanchoë niet van direct zonlicht houdt, heeft hij wel veel helder indirect licht nodig om goed te bloeien. Als je plant geen bloemen krijgt, kan een gebrek aan licht de oorzaak zijn.
- Plaagdieren: Soms kan wolluis een probleem zijn. Controleer je plant regelmatig op kleine, witte pluisjes. Als je ze ziet, kun je ze vaak met een vochtig doekje weghalen of, bij een grotere plaag, een passend bestrijdingsmiddel gebruiken.
- Gebrek aan bloei: Als je Kalanchoë niet bloeit, kan dit komen door te weinig licht of onvoldoende voeding tijdens de bloeiperiode. Zorg voor een lichte standplaats en geef tijdens de bloei tweewekelijks bloeiplantenvoeding.








