De Kalanchoë, of voluit Kalanchoe marmorata, is een compacte succulent die bekend staat om zijn stevige, vlezige bladeren. Het is een plant uit de Crassulaceae familie die niet snel de hoogte in schiet en daardoor makkelijk op een vensterbank of plank past. Ideaal als je een plant zoekt die weinig eisen stelt en toch een fijne, rustige uitstraling heeft.
Licht en standplaats
De Kalanchoë is een liefhebber van licht, maar kan niet goed tegen direct zonlicht. Zet hem daarom op een lichte plek, bijvoorbeeld op ongeveer een halve tot één meter afstand van een raam. Helder indirect licht is perfect: een plek waar veel licht komt, maar waar de felle zonnestralen de bladeren niet kunnen verbranden.
Water geven
Dit is een succulent, dus je raadt het al: water geven doe je met mate. De Kalanchoë heeft weinig water nodig. De vuistregel is om de grond tussen de waterbeurten volledig te laten opdrogen. In de meeste huiskamers betekent dit dat je ongeveer eens in de twee tot vier weken water geeft. Voel altijd eerst even aan de grond; is deze nog vochtig, wacht dan nog even.
Luchtvochtigheid en temperatuur
De Kalanchoë komt van nature uit drogere gebieden en stelt dan ook geen hoge eisen aan de luchtvochtigheid. Een lage luchtvochtigheid is prima voor deze plant. Je hoeft je dus geen zorgen te maken over sproeien of een luchtbevochtiger; de normale luchtvochtigheid in huis is voldoende.
Grond en voeding
Voor een Kalanchoë kun je het beste cactusgrond gebruiken. Deze grond is speciaal samengesteld om overtollig water snel af te voeren, wat essentieel is voor succulenten. Gewone, goed drainerende potgrond kan ook, zolang het water maar niet blijft staan.
Tijdens de bloeiperiode heeft de Kalanchoë wat extra voedingsstoffen nodig. Geef dan eens in de twee weken bloeiplantenvoeding. Buiten de bloeiperiode is voeding niet nodig.
Verpotten
De Kalanchoë groeit langzaam en blijft compact, met een maximale hoogte van ongeveer 80 cm en een breedte van 60 cm binnenshuis. Dit betekent dat je hem niet vaak hoeft te verpotten. Doe dit alleen als de plant echt te groot wordt voor zijn pot of als de wortels onderuit de pot beginnen te groeien. Kies dan een pot die net iets groter is dan de vorige.
Vermeerderen
Succulenten zoals de Kalanchoë laten zich vaak goed vermeerderen via bladstekken of stengelstekken. Snijd een gezond blad of stengelstukje af en laat de snijwond een paar dagen drogen, zodat er een calluslaagje ontstaat. Dit voorkomt rotten. Plant het daarna in licht vochtige cactusgrond. Met wat geduld en de juiste verzorging zullen er wortels en nieuwe plantjes ontstaan.
Veelgemaakte fouten
De Kalanchoë is een gemakkelijke plant voor beginners, maar er zijn een paar valkuilen waar je op kunt letten:
- Te veel water geven: Dit is de meest voorkomende fout bij succulenten en leidt vaak tot wortelrot. De grond blijft dan te lang nat, waardoor de wortels verstikken en rotten. Geef alleen water als de grond volledig is opgedroogd en zorg voor een pot met drainagegaten.
- Geen bloei: Als je Kalanchoë niet bloeit, kan dit te maken hebben met een gebrek aan de juiste omstandigheden of voeding. Zorg voor voldoende licht (helder indirect) en geef tijdens de bloeiperiode de juiste plantenvoeding.
- Gele bladeren: Gele bladeren kunnen duiden op verschillende problemen, waaronder te veel water. Controleer altijd de grondvochtigheid. Ze kunnen ook wijzen op een tekort aan licht of voedingsstoffen, dus kijk goed naar de standplaats en of de plant de juiste voeding krijgt.
- Plaagdieren: Soms kan wolluis voorkomen op de Kalanchoë. Controleer je plant regelmatig op kleine, witte, pluizige beestjes. Bij een beginnende aantasting kun je de wolluis vaak handmatig verwijderen met een vochtig doekje of een wattenstaafje met alcohol.
Let op: de Kalanchoë is giftig voor huisdieren. Zorg er dus voor dat je kat of hond er niet aan knabbelt.








