Met zijn zwierige, hangende stengels die soms wel anderhalve meter lang kunnen worden, is de Koraalcactus (wetenschappelijke naam: Rhipsalis floccosa) een echte blikvanger. Deze cactus, die eigenlijk meer op een vetplant lijkt, staat bekend om zijn makkelijke verzorging en zijn vermogen om een tropische sfeer in huis te brengen. Het is een ideale plant als je op zoek bent naar iets groens dat niet te veel eisen stelt, maar toch een bijzondere uitstraling heeft.
Licht en standplaats
De Koraalcactus voelt zich het prettigst op een plek met halfschaduw. Dat betekent dat hij wel veel licht wil, maar absoluut geen direct zonlicht. Zet hem dus niet pal voor een raam op het zuiden, want dan kunnen zijn stengels verbranden. Een goede plek is ongeveer een halve tot één meter van een raam, in een kamer die goed verlicht is. Denk aan een plekje bij een raam op het oosten of westen, of iets verder van een raam op het zuiden.
Water geven
Deze cactus heeft een matige waterbehoefte. Dat betekent dat je hem niet te vaak, maar ook niet te weinig water moet geven. Ongeveer eens per één tot twee weken is meestal voldoende. Het belangrijkste is dat je de bovenste laag van de potgrond laat opdrogen voordat je opnieuw water geeft. Steek je vinger in de aarde; voelt het droog aan, dan is het tijd voor een slokje. Voorkom dat de wortels langdurig in natte aarde staan, want daar houdt hij niet van.
Luchtvochtigheid en temperatuur
De Koraalcactus is niet veeleisend wat betreft luchtvochtigheid. Een normale luchtvochtigheid binnenshuis is prima voor deze plant. Je hoeft hem dus niet extra te besproeien of in de badkamer te zetten. Wat temperatuur betreft, doet hij het goed bij de meeste kamertemperaturen.
Grond en voeding
Voor een gezonde Koraalcactus is de juiste grond belangrijk. Hij houdt van een luchtige grond, vergelijkbaar met wat orchideeën nodig hebben. Een speciale orchideeëngrond of een epifytenmix is dan ook een uitstekende keuze. Deze grondsoorten zorgen voor een goede afwatering en voorkomen dat de wortels te lang nat blijven.
Tijdens de lente en zomer, wanneer de plant actief groeit, kun je hem eens per maand wat extra voeding geven. Gebruik hiervoor een halfsterke vloeibare voeding. In de herfst en winter heeft de plant minder voeding nodig en kun je hiermee stoppen.
Verpotten
De Koraalcactus heeft een gemiddelde groeisnelheid en kan binnenshuis een behoorlijke omvang bereiken: tot 120 cm hoog en 80 cm breed. Verpotten is nodig wanneer de wortels uit de drainagegaten beginnen te groeien of wanneer de plant te groot wordt voor zijn pot. Kies dan een pot die een maatje groter is en vul deze met de aanbevolen luchtige grond.
Vermeerderen
Je kunt de Koraalcactus vrij eenvoudig vermeerderen door middel van stekken. Kies een gezond stuk stengel van ongeveer 10-15 centimeter lang. Laat het snijvlak een dag of twee drogen zodat het kan eelt vormen. Dit voorkomt dat het stekje gaat rotten. Plant het stekje vervolgens in licht vochtige, luchtige potgrond. Geef het in het begin voorzichtig water en zet het op een lichte plek, uit direct zonlicht. Na verloop van tijd zullen er wortels ontstaan en zal het stekje uitgroeien tot een nieuwe plant.
Veelgemaakte fouten
Ook al is de Koraalcactus een makkelijke plant, er zijn een paar veelvoorkomende problemen waar je op kunt letten:
- Te veel water geven: Dit is de meest voorkomende oorzaak van problemen. Wanneer de wortels te lang nat blijven, kan wortelrot ontstaan, wat leidt tot een zieke plant die uiteindelijk afsterft. Zorg ervoor dat de bovenste laag grond altijd opdroogt voordat je opnieuw water geeft.
- Direct zonlicht: Hoewel het een cactus is, verdraagt de Koraalcactus geen direct, fel zonlicht. Dit kan leiden tot gele bladeren of verbrande stengels. Plaats de plant op een plek met voldoende licht, maar uit de volle zon.
- Verkeerde potgrond: Zware, compacte potgrond houdt te veel vocht vast en is niet geschikt voor deze plant. Gebruik altijd een luchtige mix, zoals orchideeëngrond of epifytenmix, om problemen met water en wortels te voorkomen.
- Onvoldoende licht: Als de plant te donker staat, kan de groei vertragen. Je merkt dit aan stengels die langer en dunner worden dan normaal, in een poging om meer licht te vinden. Verplaats de plant dan naar een lichtere plek (maar nog steeds uit direct zonlicht).
- Wolluis: Soms kan wolluis verschijnen als kleine witte pluisjes op de stengels. Controleer je plant regelmatig en verwijder deze beestjes zo snel mogelijk met een watje met alcohol of een biologische bestrijder.








