De meeste kamerplanten komen oorspronkelijk uit tropische gebieden met een duidelijk natte en droge periode. In onze gematigde klimaatzone reageren ze op de kortere dagen en minder licht van de winter door in een soort ruststand te gaan.
Wat er in de winter verandert
- Minder uren daglicht → minder fotosynthese → minder groei
- Lagere lichtintensiteit → plant heeft minder energie beschikbaar
- Lagere buitentemperatuur → keldertemperaturen in het huis, minder actieve wortels
Water geven:
Halveer de frequentie. Gebruik nog steeds de vingertest, maar je zult merken dat de grond veel langer vochtig blijft dan in de zomer.
Bemesten:
Stop volledig met bemesten van oktober tot maart. De plant kan de voedingsstoffen toch niet opnemen en ze hopen zich op in de grond (schadelijk voor de wortels).
Licht:
Zet planten dichter bij het raam om te profiteren van het beperkte daglicht. Overweeg een plantenlamp bij planten die erg weinig licht krijgen.
Temperatuur:
Houd planten weg van koude tocht en radiators. Een temperatuur van 15-20°C is ideaal voor de meeste tropische kamerplanten.
Wanneer gaat de groeifase weer beginnen?
Zodra de dagen langer worden (rond februari-maart) zie je de eerste nieuwe bladeren verschijnen. Dat is het teken om weer te beginnen met bemesten en iets meer water te geven.